VoiceTracer (DVT2110, DVT2810)

Opnemen

Een bestand opnemen

Opmerking

  • Zorg ervoor dat u de microfoons niet afdekt als u opneemt. Dit kan tot een lagere opnamekwaliteit leiden.

  • Als de opnametijd van de huidige opname de beschikbare opslagcapaciteit overschrijdt, wordt de opname gestopt. Verwijder in dit geval bestanden van het apparaat om meer opslagruimte vrij te maken.

Voordat u begint met opnemen:

  • Controleer of uw apparaat nog voldoende accuvermogen heeft. Als de accu bijna leeg is, ziet u een pictogram dat aangeeft dat de accu bijna leeg is VoiceTracer battery icon.

    X Het apparaat wordt uitgeschakeld en de huidige opname wordt automatisch opgeslagen.

  • Selecteer eerst de map waarin de opname moet worden opgeslagen. Zie voor meer informatie Een nieuwe opname starten. U kunt 100 bestanden opslaan in map A, B, C en D.

    Als een van de mappen vol zit, worden de volgende opnames automatisch in de volgende map opgeslagen.

  • We raden aan een testopname uit te voeren om de meest geschikte voorinstellingen te vinden voor uw opname, zodat u de beste opnameresultaten behaalt.

Een nieuwe opname starten

  1. Druk in de stopmodus op de linker functietoets VoiceTracer new file icon om een nieuwe opname te starten.

    X Het nieuw bestand-scherm wordt weergegeven.

  2. Druk op de rechter functietoets om het venster met instellingen te openen VoiceTracer settings icon.

    Een map selecteren waarin uw opnames moeten worden opgeslagen.

    • Druk op de knoppen omhoog/omlaag om naar Folder (Map) te gaan en druk vervolgens op de knop Opnemen om uw selectie te bevestigen.

    • Druk op de knoppen omhoog/omlaag om naar de map te gaan waarin uw opname moet worden opgeslagen en druk vervolgens op de knop Opnemen om uw selectie te bevestigen.

    • Druk op de knop Terug om terug te gaan naar het stopscherm.

    De instellingen van uw opname aanpassen:

    • Druk op de knoppen omhoog/omlaag om naar uw gewenste instelling te gaan en druk vervolgens op de knop Opnemen om uw selectie te bevestigen.

    • Druk op de knop Terug om terug te gaan naar het stopscherm.

  3. Druk op de knop Opnemen om de opname te starten.

    X Het opnamescherm wordt weergegeven.

    X Het opname-/statuslampje wordt rood.

  4. Druk de knop Opnemen nogmaals in om de opname te stoppen.

    X De opname wordt opgeslagen in de geselecteerde map.

Een bestand bewerken

U kunt bestaande opnames bewerken in de stopmodus door een opname toe te voegen of te overschrijven.

Append (Toevoegen): Voeg extra opnames toe aan het einde van een bestaande opname.

Overwrite (Overschrijven): Overschrijf een gedeelte van een bestaande opname op ieder punt binnen de opname.

Een gedeelte van een opname toevoegen:

Druk in de stopmodus van een bestaand bestand op de knop Opnemen.

  • Als de cursor van de voortgangsbalk voor audio aan het einde van de opname is:

    X Het opnamescherm wordt weergegeven en er wordt een nieuw opnamegedeelte toegevoegd aan het einde van uw bestand.

  • Als de cursor van de voortgangsbalk voor audio aan het begin van de opname is:

    X Het bewerkvenster wordt geopend.

    X Druk op de knoppen omhoog/omlaag om Append (Toevoegen) te selecteren en druk vervolgens op de knop Opnemen om uw selectie te bevestigen.

    X Het opnamescherm wordt weergegeven en er wordt een nieuw opnamegedeelte toegevoegd aan het einde van uw bestand.

Een gedeelte van een opname overschrijven:

  1. Druk in de afspeelmodus op de Afspelen/stopknop om het afspelen op het gewenste gedeelte te stoppen.

  2. Druk op de knop Opnemen.

    X Het bewerkvenster wordt geopend.

  3. Druk op de knoppen omhoog/omlaag om Overwrite (Overschrijven) te selecteren en druk vervolgens op de knop Opnemen om uw selectie te bevestigen.

    X Het opnamescherm wordt weergegeven en er wordt een nieuwe opname gestart vanaf waar het afspelen is gestopt.

Tip

Als u een gedeelte van een opname altijd wilt toevoegen of overschrijven en niet wilt dat het bewerkvenster iedere keer wordt geopend, drukt u op de rechter functietoets om het venster met instellingen te openen VoiceTracer settings icon. Druk op de omlaag-knop om naar de Edit mode (Bewerkingsmodus) te gaan en selecteer vervolgens Append (Toevoegen) of Overwrite (Overschrijven).