VoiceTracer (DVT4110, DVT6110, DVT7110, DVT8110)

Instellingen

Instellingenmodus

In de instellingenmodus kunt u verschillende instellingen wijzigen en aanpassen zoals u dat wilt.

VoiceTracer settings overview

De instellingenmodus starten

  1. Druk in de stopmodus op de rechter functietoets VoiceTracer settings icon om het venster met instellingen te openen.

  2. Druk op de knop Opnemen om All settings (Alle instellingen) te selecteren.

Een instelling selecteren

  • Druk op de knop Opnemen.

Opname-instellingen

VoiceTracer recording settings
Scene (Scène)

Selecteer een scène aan de hand van de specifieke opname-omstandigheden, bijvoorbeeld een college of een interview. Iedere scène heeft ingestelde instellingen, zoals de indeling of de gevoeligheid van de microfoon en dit kan niet worden gewijzigd. Als u de instellingen van een scène wilt wijzigen, moet u de scène Aangepast selecteren waar u iedere instelling volgens uw eigen voorkeuren kunt definiëren.

Format (Indeling)

Selecteer de indeling van uw opname aan de hand van specifieke opname-omstandigheden.

Mic sensitivity (Mic-gevoeligheid)

Pas de gevoeligheid van de microfoon van de VoiceTracer aan. Selecteer de gevoeligheid aan de hand van het achtergrondgeluid, het aantal opgenomen geluidsbronnen en de afstand tussen geluidsbron en microfoons.

Limiter (Begrenzer)

Schakel deze functie in om te voorkomen dat de geluidsinput van opnames luider is dan het maximale geluidsniveau. Als de opname plotseling het maximale geluidsniveau overschrijdt, wordt de gevoeligheid van de microfoon automatisch verlaagd.

Mic selection (Microfoon selecteren)

Selecteer of de zoommicrofoon of de 360 graden microfoons gebruikt moeten worden voor uw opnames.

Noise cut (Ruisvermindering)

Schakel de functie Ruisvermindering in om achtergrondgeluiden tijdens het opnemen te reduceren. Hierdoor klinken met name audio-opnames duidelijker.

Wind filter (Windfilter)

Schakel het windfilter in om windgeluiden te verminderen als u opneemt in een omgeving met veel wind.

Folder (Map)

Selecteer de map waarin de opname moet worden opgeslagen.

Voice activation (Spraakactivering)

Gebruik spraakactivering om de opname te starten als u begint te spreken. Als u stopt met spreken, onderbreekt het apparaat de opname automatisch na drie seconden stilte. Het apparaat begint alleen weer op te nemen als u begint te spreken.

Edit mode (Bewerkingsmodus)

Selecteer wat er moet gebeuren als u een opname bewerkt.

Pre-recording (Vooropname)

Als de vooropnamefunctie is ingeschakeld, begint het apparaat een paar seconden voorafgaand aan de gebeurtenis op te nemen.

Timer

Gebruik de timerfunctie om automatisch op te nemen op een ingestelde datum en tijd. U kunt ook instellen wanneer de opname moet stoppen.

Auto divide (Automatisch verdelen)

Tijdens opnames deelt de functie voor automatisch verdelen de huidige opname op en slaat iedere 15, 30 of 60 minuten een nieuw bestand op.

Auto bookmark (Automatisch bladwijzer maken)

Gebruik de functie Automatisch bladwijzer maken om automatisch op geprogrammeerde tijdstippen bladwijzers te maken.

External input (Externe invoer)

Kies tussen verschillende ingangsbronnen voor de beste opnamekwaliteit in specifieke opnamesituaties.

Afspeelinstellingen

VoiceTracer playback settings
Play mode (Afspeelmodus)

Kies tussen verschillende afspeelopties.

Equalizer

Kies tussen de equalizer muziekopties Klassiek, Jazz, Pop, of Rock.

ClearVoice

Activeer de ClearVoice-functie voor betere afspeelkwaliteit. Dynamische nadruk op zachte passages verbetert de hoorbaarheid van zachte stemmen.

Apparaatinstellingen

VoiceTracer device settings
Language (Taal)

Selecteer de gewenste weergavetaal in de lijst met talen. U kunt de taal altijd wijzigen.

Brightness (Helderheid)

Pas de helderheid van uw scherm aan uw eigen wensen aan.

Backlight (Achtergrondverlichting)

Om accuvermogen van de VoiceTracer te sparen, kunt u de duur van de schermverlichting aanpassen. Als u het apparaat voor de ingestelde duur niet gebruikt, gaat de schermverlichting automatisch uit.

Date & time (Datum en tijd)

U kunt de systeemdatum en -tijd op uw apparaat altijd aanpassen. Gebruik de knoppen Vooruit, Achteruit, Omhoog en Omlaag om de datum en tijd in te stellen.

Recording light (Opnamelampje)

Als u het opnamelampje inschakelt, gaat het opname-/statuslampje rood branden als er wordt opgenomen.

Auto Off (Automatisch uitschakelen)

Selecteer een timer zodat het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld als u het niet gebruikt.

Device sounds (Apparaatgeluiden)

Selecteer of apparaatgeluiden, zoals toetsgeluiden en geluid bij in- en uitschakelen, ingeschakeld of uitgeschakeld zijn.

Select storage (Opslag selecteren)

Selecteer of uw opnames opgeslagen moeten worden op de interne opslag van het apparaat of een externe geheugenkaart.

Format storage (Opslagruimte formatteren)

Gebruik deze functie om de interne opslagruimte van uw apparaat of de geheugenkaart te formatteren en alle gegevens te verwijderen. Zie Gegevens opnieuw instellen voor meer informatie.

Reset settings (Instellingen resetten)

U kunt de standaard menu-instellingen herstellen: de instellingen zoals ze waren toen u het apparaat kocht en voor het eerst inschakelde. Zie Instellingen opnieuw instellen voor meer informatie.

Information (Informatie)

Bekijk informatie over het apparaat, zoals beschikbare geheugenruimte, of de firmwareversie.